'Er hing in Limburg een geheimzinnig sfeertje rond de concoursen'

'Er hing in Limburg een geheimzinnig sfeertje rond de concoursen'

Rob Goorhuis is al ruim 40 jaar een van de toonaangevende componisten in de wereld van de blaasmuziek. In een eigen idioom schrijft hij werken voor uiteenlopende bezettingen. Zijn vernieuwende impulsen voor de Nederlandse blaasmuziek hebben in hoge mate bijgedragen aan de ontwikkeling van het repertoire. Goorhuis is in binnen- en buitenland een veelgevraagd jurylid bij concoursen van blaasorkesten en koren. Voor zijn verdiensten voor de Nederlandse blaasmuziek ontving hij vele prijzen en onderscheidingen. In 2006 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Speciaal voor KNMO Klankwijzer onderhoudt hij in de rubriek Muziekmarkt een blog waarin hij vertelt over zijn werk als componist.

In een nieuwe serie blogs haalt componist Rob Goorhuis herinneringen op aan zijn samenwerking met fanfare Sint Caecilia uit Schimmert en dirigent Sef Pijpers.

Het dorp Schimmert zou zijn naam volgens een oude legende te danken hebben aan Karel de Grote, die tijdens een trektocht zou zijn verdwaald. Plotseling zag hij in de verte een licht schijnen, Schinnen, en even later een licht ‘schimmeren’, Schimmert. Als dankbetuiging voor het terugvinden van zijn geplande route liet Karel de Grote op de plaatsen waar hij de beide lichtbakens had waargenomen een kapel bouwen.

Het dorp Schimmert is een van de hoogst gelegen kerkdorpen van Nederland. Dat zal er de oorzaak van geweest zijn dat Karel daar een kaarsje kon zien branden, tenminste, als dit verhaal niet door een of andere fantast uit de duim gezogen is.

In het dorp heerst van oudsher een degelijke dorpszin en er is een hecht verenigingsleven. Onderdeel daarvan is de roemruchte fanfare, die nog steeds al haar maatschappelijke plichten vervult. Waar vind je dat nog vandaag de dag.

In 1990 zou fanfare St. Caecilia zich in Maastricht gaan meten met de Limburgse concurrentie. Er hing in Limburg een geheimzinnig sfeertje rond de concoursvoorbereidingen. Er waren berichten over door rivalen afgeluisterde repetities, omgekochte muzikanten, sabotages, etc.. Het leek wel een heilige oorlog, waarbij werkelijk het doel alle middelen heiligde. Veel orkesten huurden beroepsmuzikanten en hulpkrachten van elders in om een optimaal resultaat te kunnen behalen. Daar was veel geld mee gemoeid, maar het kon bij een overwinning ook weer veel geld opleveren. De recepties na een geslaagd concours brachten veel geld in het laatje.

In Schimmert dacht men daar heel anders over. Nooit werd er één muzikant van buiten de dorpsgrenzen toegelaten tot hun gesloten formatie. Wie verhuisde naar een ander dorp, hoorde er niet meer bij. Met grote hartstocht werd door de dorpelingen zelf voor de idealen gestreden, maar het geheime wapen was dat zij het strijdtoneel telkens met een kersverse compositie betraden. Deze was als een maatkostuum toegesneden op de kwaliteiten van het ensemble. Dan had je geen ingehuurde muzikanten nodig. De meeste fanfares moesten het met confectie doen. Door de salarissen van de vele hulpkrachten was er bij hen geen geld voor zoiets. St. Caecilia Schimmert was bereid de offers te brengen voor nieuwe muziek en ik was de gelukkige, die hun de noten mocht leveren.

Rob Goorhuis

Gepubliceerd: 09 DEC 2020 - 10:57