'Ik werk als een schilder, met palet en doek'

'Ik werk als een schilder, met palet en doek'

Rob Goorhuis is al 40 jaar een van de toonaangevende componisten in de wereld van de blaasmuziek. In een eigen idioom schrijft hij werken voor uiteenlopende bezettingen. Zijn vernieuwende impulsen voor de Nederlandse blaasmuziek hebben in hoge mate bijgedragen aan de ontwikkeling van het repertoire. Goorhuis is in binnen- en buitenland een veelgevraagd jurylid bij concoursen van blaasorkesten en koren. Voor zijn verdiensten voor de Nederlandse blaasmuziek ontving hij vele prijzen en onderscheidingen. In 2006 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Speciaal voor KNMO Klankwijzer onderhoudt hij in de rubriek Muziekmarkt een blog waarin hij vertelt over zijn werk als componist.

Aan de serie Componeren geeft de componist een wat meer persoonlijk tintje. Wat betekent componeren voor hem? Wat heeft het ertoe gebracht om te gaan componeren?

Componeren (5)

Men noemde mij nu dus componist. Piebe Bakker, de dirigent van het Nationaal Jeugdkorps had het altijd over de ‘jonge componist’, ook nog toen ik niet zo piep meer was.
Maar wat componeren nu eigenlijk was, ik wist het nog steeds niet echt.
De werken ontstonden aan de piano, improviserenderwijs. Met potlood en gum in de aanslag zochten mijn vingers hun weg over de toetsen van het klavier. Voor mijn gevoel was het altijd oude wijn in oude zakken.

Toch zeiden dirigenten vaak tegen mij dat ze een persoonlijke stijl hoorden in mijn muziek. Dat heeft me de moed gegeven om door te gaan.
Meer en meer maakte ik mij los van de piano en tegenwoordig komt er geen piano meer aan te pas. Ik werk als een schilder. Ik heb een palet en een doek. Mijn palet is het muziekpapier. Op het palet meng ik de verf en maak ik mijn kleuren. Mijn computer is mijn doek. Daar kwak ik het allemaal in, rechtreeks in de partituur.

Wat componeren is, hoe het werkt, daar kom je eigenlijk niet goed achter. Er komt heel veel intuïtie aan te pas.
Vanzelfsprekend werd mijn vaardigheid in de loop der jaren groter, kreeg ik meer vat op de vormen en dienden zich steeds meer ideeën aan. Toch is het altijd een mysterie gebleven, waar het allemaal vandaan komt. Vooral bij de complexere passages ben ik achteraf vaak verbaasd over mijn resultaat en kan ik me soms ook nauwelijks voorstellen hoe ik de muziek zo op papier heb gekregen.
Dat het het resultaat is van stug volhouden, van er elke dag aan werken, van niet opgeven, ook niet als je echt muurvast zit, dat is duidelijk. Daardoor zou je kunnen denken dat het gewoon een ambacht is net als vele andere vormen van arbeid.

De echte componisten zijn eenzame ploeteraars, die proberen hun eigen muzikale gedachten vorm te geven. Het kost ze veel energie en het leidt lang niet altijd tot voldoening gevende resultaten.
De vele ‘samenstellers’ kunnen putten uit een onuitputtelijk arsenaal, eeuwen vol met muziek van anderen, veelal van de eenzame ploeteraars, waarmee ze goede sier kunnen maken bij een onwetend en ongeletterd publiek.
En ik benijd ze niet, de echte componisten. Zij bereiken hun levenseinde nogal eens miskend, berooid en eenzaam.

Rob Goorhuis

 

Gepubliceerd: 09 APR 2020 - 08:44