Van het een komt het ander (3)

Van het een komt het ander (3)

Rob Goorhuis is al ruim 40 jaar een van de toonaangevende componisten in de wereld van de blaasmuziek. In een eigen idioom schrijft hij werken voor uiteenlopende bezettingen. Zijn vernieuwende impulsen voor de Nederlandse blaasmuziek hebben in hoge mate bijgedragen aan de ontwikkeling van het repertoire. Goorhuis is in binnen- en buitenland een veelgevraagd jurylid bij concoursen van blaasorkesten en koren. Voor zijn verdiensten voor de Nederlandse blaasmuziek ontving hij vele prijzen en onderscheidingen. In 2006 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Speciaal voor KNMO Klankwijzer onderhoudt hij in de rubriek Muziekmarkt een blog waarin hij vertelt over zijn werk als componist.

In deze serie vertelt hij in vier afleveringen hoe hij via zijn Ballade ‘Die Brück’ am Tay’ tot zijn werk Sonate kwam, wat vervolgens weer uitmondde in een van zijn grotere werken: de Quatre Chansons.

Van het een komt het ander (3)

Het was dus geen wonder dat Danny Oosterman voor de deelname aan de landskampioenschappen van 1989 door fanfare DSS Aarlanderveen zijn oog op deze Sonate had laten vallen. Zijn orkest beschikte over een rijke bezetting met een bekoorlijke saxofoonsectie. De tegenstander tijdens dit kampioenschap was niet de eerste beste, zeg maar gerust een meer dan gevreesde opponent: Fanfare Kunst en Vriendschap Partij-Wittem, de regerend kampioen. DSS ging dus als underdog naar de wedstrijd.

Op het programma van Partij-Wittem prijkte een recent werk van componist Willy Hautvast: Concertante Muziek, net als mijn werk, uit 1986. Deze compositie was in een voor deze componist vooruitstrevend idioom geschreven. Toch kwam het werk tekort om in zo’n zware competitie als pièce de résistance te kunnen fungeren.

Tijdens het optreden van DSS Aarlanderveen raakte het publiek in extase. Het langzame middendeel met de soli van alt- en tenorsaxofoon boven de beweging van de zacht stuwende, begeleidende onderstroom hypnotiseerde de zaal. Ook de jury was overtuigd. DSS sleepte de overwinning weg uit het hol van de leeuw, Kerkrade. De fanfare van Wittem had goed ‘partij’ gegeven, maar tegen de combinatie van dit orkest en dit werk was op dat moment geen kruid gewassen.

Ik had de eer om bij deze uitvoering aanwezig te zijn en deelde na afloop in de felicitaties. Ook werd ik uitgenodigd om in Aarlanderveen de overwinning met het orkest mee te vieren. Daardoor leerde ik de dirigent, Danny Oosterman, beter kennen en ontstond er een verstandhouding die zou uitgroeien tot een hechte vriendschap. Vele jaren later sprak Danny nog met innige ontroering over deze gebeurtenis, die zoveel had teweeggebracht.

Onze bijzondere kennismaking resulteerde al spoedig in een uitnodiging om een repetitie van een van zijn andere orkesten te bezoeken: fanfare Crescendo Nieuwveen. Dat bezoek zal mij altijd bijblijven.

Toen ik binnenkwam was het orkest al aan het repeteren. Het was bloedheet in het lokaal. Op de lessenaars stond meen ik mijn Poème Symphonique. Voor de dirigent waren er op dat moment op deze wereld maar twee dingen belangrijk: dit werk en hoe het moest klinken. Verder telde er niets en bestond er niets. Zoals hij wilde dat het zou klinken, zo zou het klinken en als het nog niet zo klonk dan zou het niet lang duren, voordat het zo zou klinken. Onderwijl liepen er liters water uit. Ik had nog nooit een dirigent gezien, waar in zo korte tijd zoveel vocht uitstroomde, zeg maar gerust uit gutste. Met een grote handdoek werd dit om de paar minuten afgeveegd zoals bij een bokser tussen de rondes van een gevecht. Ik was onder de indruk van de drijfveer van deze maestro, maar ook van het volgzame en gretige orkest.

Klik HIER voor deel 1 van deze serie

Klik HIER voor deel 2 van deze serie

Gepubliceerd: 21 JUN 2022 - 10:03