Gijs Heusinkveld: “Als je kijkt naar Noorwegen, doen wij wat verkeerd”

Gijs Heusinkveld: “Als je kijkt naar Noorwegen, doen wij wat verkeerd”

In de rubriek De Dirigent brengt Klankwijzer een portret van een dirigent of instructeur uit de amateurmuziek. Voor deze aflevering nodigde de redactie Gijs Heusinkveld uit om zijn licht te laten schijnen over de hedendaagse blaasmuziek.

SAMENSTELLING: ONZE REDACTIE * FOTO’S: ONFK/WARBER MEDIA-NBK

Wie is Gijs Heusinkveld?
35 jaar oud, partner van Gineke en kersverse vader van Jinthe, enthousiasteling, gedreven, fanatiek, werknemer van KDWS Nederland (voorheen Kuipers Drinkwater Security BV), PSV-fan, geboren Groninger, getogen Achterhoeker, import Fries. Muziek is voor mij, naast mijn gezin, het belangrijkste element in mijn leven. Het brengt me plezier en voldoening. Het is fijn om samen met orkesten en groepen mensen muziek te maken en een gezamenlijk doel na te streven waarbij sfeer voor mij het uitgangspunt is.

Hobby’s buiten de muziek?
Golf, whisky en PSV.

Hoe ben je in de muziekwereld terecht gekomen?
Van vaders kant was opa fanatiek muzikant en uiteindelijk erelid van Fanfareorkest Advendo in Lintelo. Mijn vader is ook jarenlang muzikant geweest bij diverse orkesten en via een wervingsproject van Fanfareorkest Psalm 150 ben ik uiteindelijk begonnen op blokfluit en doorgestroomd naar de muziekschool en vervolgens het C-, B-, en A-orkest van Psalm 150 Dinxperlo.

Hoe ben je uiteindelijk dirigent geworden?
Ik merkte gedurende mijn instrumentale studie aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen een sterk intrinsiek gevoel ontstaan over hoe muziek zou moeten uitgevoerd. Zeker ook voor allerhande orkestvormen wanneer ik deze beluisterde. Als ik hier op terugkijk, is dit de basis geweest van het verlangen om zelf de baton ter hand te nemen en muziek daadwerkelijk uit te gaan voeren zoals mijn gevoel me ingeeft. Vervolgens heb ik dit op hetzelfde conservatorium kunnen verwezenlijken door de studie HaFaBra directie te volgen bij Klaas van der Woude en Tijmen Botma.

Wat trekt je aan in het vak van dirigent?
Ik ervaar het wekelijks als een verantwoordelijkheid om de muzikanten te motiveren en te inspireren. Enerzijds als dirigent in de letterlijke zin en anderzijds als mens en motivator. Wanneer een proces van weken en soms maanden repeteren dan samenkomt op een podium tijdens een concert of concours is dit een geweldige beloning van de energie die je als dirigent geeft en investeert.

Ben je fulltime dirigent?
Nee. Al bijna 6 jaar leef ik niet meer fulltime van het leven als musicus, maar ben ik werkzaam als adviseur op het gebied van Legionellapreventie en Drinkwaterveiligheid. Zelf vind ik het heel prettig om deze basis te hebben waarnaast ik mijn passie voor muziek in de praktijk kan brengen. Sinds ik niet meer fulltime hoef te leven van ‘de muziek’ is mijn gevoel voor het vak en de passie ervoor absoluut weer meer gaan leven.

Had of heb je een voorbeeld?
Tijmen Botma, Klaas van der Woude, Anne Travaille, Frans Aert Burghgraef en Anne van den Berg zijn mensen geweest die mij enorm hebben geïnspireerd, gemotiveerd en gevormd tijdens mijn ontwikkeling als mens, musicus en als dirigent. Daarnaast heb ik veel respect voor mijn ouders die mij een hele warme, fijne en mooie basis hebben meegegeven waar ik nog steeds de vruchten van mag plukken. Veel heb ik mogen leren van privélessen van Arnaud Oosterbaan en daarnaast  geniet ik enorm van uitvoeringen van orkesten onder leiding van Mariss Janssons.

Belangrijkste wijze les van je docent?
Instrumentaal: ‘gewoon een keer vaker ademhalen’, want lucht is nog gratis tegenwoordig.
Als dirigent: ‘vergeet nooit wat je rol is en wie er tegenover je zitten. Ze betalen allemaal contributie en komen om een mooie avond te hebben’.

Hoe zou je je stijl willen omschreven?
Menselijk, respectvol, sociaal, fanatiek en gemotiveerd.

Waar heb je in je werk als dirigent een gruwelijke hekel aan?
Aan roddelen en onrechtvaardigheid. Eerlijkheid duurt het langst! Mijn motto: ‘wanneer je ergens mee zit, maak het bespreekbaar’. Alleen dan kan er wat mee gedaan worden’.

Grootste succes/hoogtepunt als dirigent?
Je bent geneigd deze vraag in resultaten uit te drukken. Echter zeggen cijfers en resultaten soms zo bar weinig over het proces dat je als dirigent met een orkest hebt doorgemaakt naar een activiteit. Het proces naar een concert en-/of concours en de ontwikkeling van een orkest hierbij is écht het belangrijkste. Het groeien van het orkest als team, het elkaar beter leren kennen in je sterktes en minder sterke kanten en het gevoel voor elkaar door het vuur te willen gaan, waar nodig. Wanneer je dit weet te bereiken binnen de mogelijkheden van het orkest/team dan ben je volgens mij winnaar.

Concoursen of concerten?
Beide. Ik kan genieten van zowel een buitenconcert(je), een groot jaarlijks terugkerend concert als een concours dan wel wedstrijd.

Concours, een noodzakelijk kwaad?
Ik vind het concours een mooi middel om je als orkest te kunnen ontwikkelen. Je bent vaak intensief met elkaar bezig, organiseert groepsrepetities, extra repetities en try-outs, die bijdragen aan de groei van het orkest.. In die zin wordt het steeds meer een opgave waardoor een deel van de orkesten en muzikanten liever een mooi concert organiseert. We moeten onszelf misschien de vraag stellen op welke wijze de concoursen een meerwaarde zijn, kunnen blijven of (weer) kunnen worden.

Welk orkest zou je wel eens willen dirigeren?
Tsja, dan toch het Concertgebouworkest. In het kader van ‘durf te dromen’…

Met wie zou je wel eens een dag willen ruilen?
Met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dan zou ik heel snel een poging doen om meer muziek in de klas te kunnen organiseren en instrumentaal onderwijs een vast onderdeel te laten zijn van het curriculum.

Je hebt tot 2018 gespeeld in de Regiments Fanfare Garde Grenadiers en Jagers. Waarom ben je daar gestopt?
Omdat ik het niet meer naar mijn zin had. Het is een baan waar je vooral ceremonieel werk verricht en na 8 jaar had ik dit wel gezien. Het werd voor mij te eenzijdig, ik voelde te weinig uitdaging (en ontwikkelmogelijkheden) en daarnaast stond het rangensysteem binnen de organisatie mij tegen. Gelukkig diende zich op dat moment een kans aan om wat anders te gaan doen, niet muziek/conservatorium gerelateerd. Die heb ik met beide handen aangegrepen.

Geboren in Groningen, opgegroeid in de Achterhoek en dan nu in Friesland. Ben je de muziek achterna gegaan?
Absoluut! In heb dus gestudeerd aan het Conservatorium van Groningen en ben nooit meer vertrokken uit het Noorden. Ik voel me hier thuis en waardeer het leven hier. Een bepaalde gemoedelijkheid en nuchterheid die er nog heersen vind ik fijn.

Hoe is het om als niet-Friese dirigent een plekje te veroveren in de hechte Friese brassbandscene?
Haha! Heel normaal en voor iedereen mogelijk. Het helpt alleen wel als je een beetje feeling hebt met de taal, de cultuur en een gevoel hebt bij de mensen en hun identiteit. Hoewel dat ook per orkest of per streek weer kan verschillen. Als niet-Fries, die wel nagenoeg vloeiend Fries heeft leren spreken, voel ik mij enorm thuis in deze provincie en ben best trots dat ik mij onderdeel mag noemen van deze scene.

Hoe zou de muzieksector de aantrekkingskracht op de jeugd kunnen verhogen?
Dat is een heel goede vraag, waar lastig een antwoord op de formuleren is. Gevoelsmatig moeten we in mijn beleving op een andere manier denken. Niet de jeugd naar ‘ons’ toe halen en laten aansluiten bij datgene we vaak al jaren en jaren op dezelfde manier doen, maar juist ‘richting de jeugd’. Het begint met een bepaald enthousiasme dat kinderen en jeugdige aanwas nodig hebben voor onze hobby en passie. Vervolgens hopen dat je ze kan vasthouden in de lastige pubertijd en dan komt het aansluiten bij de orkesten als natuurlijk gevolg.

Stel je zou de baas zijn over de blaasmuzieksector. Wat zou je dan veranderen?
Zoals eerder aangegeven zou ik een poging doen om instrumentaal onderwijs een vast onderdeel te laten zijn of worden van het curriculum op de basisscholen en bij voorkeur ook het voortgezet onderwijs. Naar Noors model. Als je kijkt hoeveel mensen daar wonen en hoe de blaasmuzieksector bloeit, dan moeten we onszelf echt afvragen wat we verkeerd doen in dit land. Zo ontzettend rijk zijn we, maar de plaats van cultuur en de waarde die we hieraan toekennen zijn in mijn beleving werkelijk onvoorstelbaar laag.

Wat stoort je aan de huidige gang van zaken in de blaasmuziekwereld?
Wat ik vooral jammer vind is dat mensen vaak wél de lusten willen maar niet de lasten. Dus: wel projectmatig werken en zich kortstondig ergens voor inzetten, maar vooral geen permanente binding en verantwoordelijkheid.

Hoe zie je de toekomst van de blaasmuziek?
Op korte termijn denk ik dat we de heersende problematieken - zichzelf opheffende orkesten, gebrekkige bezettingen, een bepaalde bindingsangst van leden en bestuurlijke problematieken - nog niet achter ons zullen laten helaas. Deze problemen zijn in mijn beleving een gevolg van maatschappelijke tendensen. Waarbij we zoals eerder genoemd steeds minder waarde toekennen aan cultuur in de breedste zin van het woord, steeds individualistischer leven en geld jammer genoeg vaak een bepalende rol heeft. Zoals zoveel dingen in het leven, geloof ik dat ook deze tendens een tijdelijke is. Waarbij we erachter zullen komen dat het samen dingen ondernemen en beleven enorm waardevol is en ons geluk kan brengen. Dus uiteindelijk zie ik het huidige beeld wel weer omdraaien maar helaas is veel van de aangerichte en ontstane schade niet meer om te draaien.

Wat zijn je ambities als dirigent?
Gedurende mijn opleiding tot dirigent aan het Prins Claus Conservatorium heb ik ervaringen opgedaan met betrekking tot het dirigeren van strijkers en strijkensembles. Vervolgens heb ik een tijd na mijn afstuderen privélessen genomen bij dirigent Arnaud Oosterbaan waarbij ik ook symfonisch repertoire ben gaan ontdekken en onderzoeken. Op dit moment heb ik de mogelijkheden praktisch gezien niet, maar mijn ambitie is om hier in de toekomst weer wat mee te gaan doen en om ook buiten de HaFaBra-sector actief te zijn als dirigent.

 

PASPOORT:

Naam: Gijs Heusinkveld.

Geboortedatum: 28 november 1988.

Geboorteplaats: Groningen.

Woonplaats: Leeuwarden.

Instrument: euphonium

Muziekopleidingen: Diploma’s A,B,C en D; bachelor uitvoerend musicus en bachelor HaFaBra-directie 1e fase.

Begonnen bij: Fanfare Orkest Psalm 150 Dinxperlo.

Dirigent bij: Brassband Looft den Heer Beetgumermolen, Brassband Excelsior Ferwert en Fanfareorkest Excelsior Schraard.

 

Foto: Dirigent Gijs Heusinkveld pleit voor instrumentaal onderwijs op basisscholen en het voortgezet onderwijs.

Gepubliceerd: 15 MEI 2024 - 10:34
Laatste update: 19 MEI 2024 - 08:56